Periziet

afbreking: Pe·ri·ziet [ ? ]
  [uitspraak: Pəriziet] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Pe·ri·zie·ten  
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, wonend in het berggebied van Efraïm-3 (23x: Gen. 13:7 +, Ex. 3:8 +, Deut. 7:1 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:4 +, 1 Kon. 9:20, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 2 Kron. 8:7) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Perizziet [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-