pesoel

afbreking: pe·soel [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: pe·soe·liem
[uitspraak: pəsoeliem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  datgene wat ondeugdelijk, ritueel ongeschikt maakt, defect, gebrek [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-