piechem

afbreking: pie·chem [ ? ]
lidwoord: de/het  
meervoud: pie·chems  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. zonderling;
  2. bangerd;
  3. klein mannetje
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-