rebbetsen, rebbetseente

afbreking: reb·be·tsen, reb·be·tseen·te [ ? ]
  [uitspraak: rebbətsən, rebbətseentə] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: reb·be·tsens, reb·be·tseen·tes
[uitspraak: rebbətsəns, rebbətseentəs]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  vrouw van een rabbijn [ ? ]

spelling: 'rebbetsen, rebbetseente' is een taalvariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-