Rechab

afbreking: Re·chab [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. zoon van Rimmon; doodt met Baäna, zijn broer, Isboset, de zoon van Saul-1 (4x: 2 Sam. 4:2 +);
  2. vader van Jonadab, stamvader van de Rechabieten (8x: 2 Kon. 10:15 +, Jer. 35:6 +, 1 Kron. 2:55);
  3. vader van Malkia(2)-6 (Neh. 3:14)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Rechav [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-