Rechabja

afbreking: Re·chab·ja [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'ruimte maakte de Heer';  

  nakomeling van Mozes-1, zoon van Eliëzer-2, Leviet-2; andere naam: Rechabjahu (1 Kron. 23:17) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Rechavja [ ? ]
zie ook: Rechabjahu, Rechabja  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-