risjon

afbreking: ri·sjon [ ? ]
  [uitspraak: riesjon] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ri·sjo·niem
[uitspraak: riesjoniem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  eerste [ ? ]

zie ook: adar risjon  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-