Rivka

afbreking: Riv·ka, Riv·ka [ ? ]
  [uitspraak: Rievka, Rievka] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. dochter van Betuel-1, zuster van Laban, vrouw van Isaak-1, moeder van Esau-1 en Jakob-1; begraven in de grot van Machpela (30x: Gen. 22:23 +);
  2. vrouwelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Rebekka [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-