Roet

afbreking: Roet [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'verkwikking' of 'vriendin';  

 
  1. vrouw uit Moab; trouwt met een zoon van Elimelech en Noömi-1 en na diens dood met Boaz-2; wordt moeder van Obed-1, voorvader van David-1 (12x: Rt. 1:4 +);
  2. boek van het OT waarin deze vrouw hoofdpersoon is;
  3. vrouwelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Ruth [ ? ]
zie ook: Midrasj Roet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-