rojemen, rojenen

afbreking: ro·je·men, ro·je·nen [ ? ]
vervoeging: ro·jem·de, ge·ro·jemd, ro·jen·de, ge·ro·jend  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  kijken, bespieden [ ? ]

spelling: 'rojemen, rojenen' is een taalvariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-