Safan

afbreking: Sa·fan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'klipdas';  

 
  1. zoon van Asaljahu, vader van onder anderen Achikam(2); schrijver bij koning Josia van Juda-4, aan wie hij de boekrol voorleest die Chilkia(2)-2 in de tempel heeft gevonden (29x: 2 Kon. 22:3 +, Jer. 26:24 +, 2 Kron. 34:8 +);
  2. vader van Jaäzanja (Ez. 8:11)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Sjafan [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-