sandek

afbreking: san·dek [ ? ]
  [uitspraak: sandək] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: san·deks, san·do·kem
[uitspraak: sandəks]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  degene die het kind bij besnijdenis op de knieën houdt [ ? ]

verwant: Hebreeuws: sandak [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-