Sarai

Sarai (1)

afbreking: Sa·rai [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'vorstin';  

  vrouw van Abraham-1; krijgt de naam Sara-1, als God haar ondanks haar hoge leeftijd een zoon geeft, Isaak-1; begraven in de grot van Machpela (18x: Gen. 11:29 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Sarai(2) [ ? ]

Sarai (2)

afbreking: Sa·rai [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'vorstin';  

  vrouw van Abraham-1; krijgt de naam Sara(2)-1, als God haar ondanks haar hoge leeftijd een zoon geeft, Isaak-1; begraven in de grot van Machpela(2) (18x: Gen. 11:29 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Sarai [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-