Saron

afbreking: Sa·ron [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. vruchtbare kustvlakte tussen de Karmel(2)-1 en Jafo (5x: Jes. 33:9 +, Hoogl. 2:1, 1 Kron. 27:29);
  2. gebied ten oosten van de Jordaan waar Gadieten wonen (1 Kron. 5:16)
[ ? ]

  Saron  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Hasjaron [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-