Sefard

afbreking: Se·fard [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Se·far·den  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

 
  1. jood uit Portugal, Spanje, Noord-Afrika of het Midden-Oosten;
  2. bepaalde noesach
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-