Seïer

afbreking: Se·ïer [ ? ]
  [uitspraak: Seeïer] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'harig, ruig, begroeid';  

 
  1. stamvader van de Chorieten, de oorspronkelijke bewoners van Edom-2 (5x: Gen. 36:20 +, 1 Kron. 1:38, 2 Kron. 25:11 +);
  2. bergachtig gebied in Edom-2 tussen de Dode Zee en de Golf van Akaba (33x: Gen. 14:6 +, Num. 24:18, Deut. 1:2 +, Joz. 11:17 +, Recht. 5:4, Jes. 21:11, Ez. 25:8 +, 1 Kron. 4:42, 2 Kron. 20:10 +);
  3. berg in het gebied van Juda-3, ten westen van Kirjat-Jearim (Joz. 15:10)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Seïr [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-