Semaja

afbreking: Se·ma·ja [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer heeft gehoord';  

 
  1. profeet in de tijd van koning Rechabeam van Juda-4; andere naam: Semajahu-4 (4x: 1 Kon. 12:22, 2 Kron. 12:5 +);
  2. Nechelamiet, profeet die zich opstelt tegenover Jeremia-1; andere naam: Semajahu-2 (Jer. 29:31, 29:32);
  3. zoon van Adonikam; keert met Ezra(2)-1 terug uit de ballingschap in Babel-2 (Ezra 8:13);
  4. een van degenen die met Ezra(2)-1 terugkeren uit de ballingschap in Babel-2, afgezant naar Iddo (Ezra 8:16);
  5. priester, zoon van Charim, getrouwd met een uitheemse vrouw (Ezra 10:21);
  6. man uit het volk van Israël-2, zoon van Charim, getrouwd met een uitheemse vrouw (Ezra 10:31);
  7. zoon van Sechanja; werkt mee aan de herbouw van de muur van Jeruzalem-1 (Neh. 3:29);
  8. zoon van Delaja, profeet die Nehemia-1 bang probeert te maken (Neh. 6:10);
  9. een of meer priesters die met Zerubbabel terugkeren uit de ballingschap in Babel-2 en zich verbinden om de Tora te onderhouden (Neh. 10:9, 12:6, 12:18);
  10. Leviet-2, nakomeling van Merari(2), zoon van Chassub; hoort tot de nieuwe inwoners van Jeruzalem-1 (Neh. 11:15, 1 Kron. 9:14);
  11. lid van een koor dat de stadsmuur van Jeruzalem-1 inwijdt (Neh. 12:34);
  12. nakomeling van Asaf(2)-2, grootvader van een priester die trompet speelt bij de inwijding van de muur van Jeruzalem-1 (Neh. 12:35);
  13. bespeler van een muziekinstrument bij de inwijding van de muur van Jeruzalem-1 (Neh. 12:36);
  14. priester die deelneemt aan de inwijding van de muur van Jeruzalem-1 (Neh. 12:42);
  15. nakomeling van David-1, zoon van Sechanja (1 Kron. 3:22);
  16. afstammeling van Simeon-1, vader van Simri (1 Kron. 4:37);
  17. afstammeling van Ruben-1, zoon van Joël-6 (1 Kron. 5:4);
  18. Leviet-2, zoon van Galal, vader van Obadja-4, nieuwe inwoner van Jeruzalem-1; andere naam: Sammua (1 Kron. 9:16);
  19. Leviet-2, een van degenen die de verbondsark overbrengen naar Jeruzalem-1 (1 Kron. 15:8, 15:11);
  20. Leviet-2, zoon van Netanel, schrijver (1 Kron. 24:6);
  21. oudste zoon van Obed-Edom-2, poortwachter (1 Kron. 26:4, 26:6, 26:7);
  22. Leviet-2, nakomeling van Jedutun; leeft in de tijd van koning Jechizkia van Juda-4 (2 Kron. 29:14)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Sjemaja [ ? ]
zie ook: Semajahu, Semaja  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-