sivan

afbreking: si·van, si·van [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  derde maand van het joodse jaar, in mei-juni (Est. 8:9); negende maand bij telling vanaf Rosj Hasjana [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): siwan [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-