sjabbos

afbreking: sjab·bos [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sjab·bo·sous  
herkomst: Asjkenazisch Hebreeuws [ ? ]

  sjabbat, zevende dag van de week, zaterdag, joodse rustdag [ ? ]

verwant: Hebreeuws: sjabbat;
Sefardisch Hebreeuws: saba;
Jiddisj: sjabbes;
Hebreeuws-Nederlands: sabbat
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-