sjaliach

afbreking: sja·li·ach [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sje·li·chiem
[uitspraak: sjəlichiem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  afgezant, vertegenwoordiger van een Israëlische organisatie of beweging in het buitenland, meestal ter stimulering van activiteiten, ook om fondsen te werven; in het bijzonder: Israëlisch jeugdleider [ ? ]

zie ook: sjeliach tsiboer  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-