sjammes

afbreking: sjam·mes [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sjam·me·sen  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. koster van joodse gemeente;
  2. extra licht op een chanoekalamp (chanoekia) waarmee de acht andere lichten worden aangestoken
[ ? ]

verwant: Hebreeuws: sjamasj
Sefardisch Hebreeuws: samaas
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-