Sjeem

afbreking: Sjeem [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'naam';  

  eerste van de drie zonen van Noach-1, naamgever van de Semieten, stamvader van 'alle zonen van Eber-1' ofwel de Hebreeën (17x: Gen. 5:32 +, 1 Kron. 1:4 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Sem [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-