sjevoet

sjevoet (1)

afbreking: sje·voet [ ? ]
  [uitspraak: sjəvoet] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  het geheel van voorschriften betreffende het niet-werken op sjabbat [ ? ]

sjevoet (2)

afbreking: sje·voet [ ? ]
  [uitspraak: sjəvoet] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  terugkeer naar Israël [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-