sjivve

afbreking: sjiv·ve [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sjiv·ves  
herkomst: Jiddisj [ ? ]
letterlijk: 'zeven';  

  rouwperiode van zeven dagen na de begrafenis van een familielid; in 'sjivve zitten': rouwperiode van zeven dagen in acht nemen, waarbij thuis op lage krukjes of op de grond wordt gezeten [ ? ]

verwant: Hebreeuws: sjiva [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-