sjolem

afbreking: sjo·lem [ ? ]
  [uitspraak: sjoləm] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. vrede, welbevinden;
  2. goedendag!, hallo!, dag! (groet)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws: sjalom [ ? ]
zie ook: aleichem sjolem, besjolem, chaswesjolem, olewesjolem  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-