slome duikelaar

afbreking: slo·me dui·ke·laar [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: slo·me dui·ke·laars  
herkomst: Jiddisj-Nederlands [ ? ]

  een sloom iemand, naar Sjloume Duikelaar, schuilnaam van een Amsterdams joods marktkoopman en schrijver (1745-1819) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-