sofeer

afbreking: so·feer [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sof·riem  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. schrijver;
  2. schriftgeleerde
[ ? ]

verwant: Jiddisj: soufer [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-