Taäniet Ester

afbreking: Ta·ä·niet Es·ter, Ta·ä·niet Es·ter [ ? ]
  [uitspraak: Esteer] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  vastendag van Ester, op 13 adar, voorafgaand aan Poeriem (Est. 4:16 en 9:31) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-