Tamied

afbreking: Ta·mied [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'altijd(durend)';  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Kodasjiem, over de dagelijkse offers (Ex. 29:38-41; Num. 28:2-8);
  2. traktaat in de Talmoed Bavli, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

zie ook: neer tamied  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-