Talmoedist

afbreking: Tal·moe·dist [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Tal·moe·dis·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

 
  1. beoefenaar of kenner van de Talmoed;
  2. rabbijn die aan de Talmoed heeft meegewerkt of daarin wordt genoemd;
  3. kandidaat-rabbijn
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-