Tanaïem

afbreking: Ta·na·ïem [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'leraren';  

  geleerden in Palestina die zorgden voor de totstandkoming van de Misjna (ca. 1 - ca. 200, tussen de Sofriem en de Amoraïeten) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands: Tanaïeten [ ? ]
zie ook: Midrasj Tanaïem  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-