tefila

afbreking: te·fi·la [ ? ]
  [uitspraak: təfila] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: te·fi·lot
[uitspraak: təfilot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. gebed;
  2. gebedenboek
[ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: tefillo;
Jiddisj: tefille
[ ? ]
zie ook: beet tefila  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-