Temoera

afbreking: Te·moe·ra [ ? ]
  [uitspraak: Təmoera] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'verwisseling';  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Kodasjiem, over het verruilen van offerdieren (Lev. 27:9-10);
  2. traktaat in de Talmoed Bavli, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

zie ook: Midrasj Temoera  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-