Terach

afbreking: Te·rach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  nakomeling van Sem, vader van Abraham-1, Nachor-1 en Haran-1 (13x: Gen. 11:24 +, Num. 33:27 +, Joz. 24:2, 1 Kron. 1:26) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-