Tikoen

afbreking: Ti·koen [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'inrichting, verbetering';  

 
  1. gebedswaken in de nachten van Sjavoeot en Hosjana Raba (die volgens de kabbalistiek een bijzondere heiligheid hebben);
  2. Tora in de vorm van een gebonden boek zonder masoretische tekens, waaruit de baäl koree oefent
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-