Tirtsa

afbreking: Tir·tsa [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'aardig, vriendelijk';  

 
  1. dochter van Selofchad, die afstammeling is van Manasse (4x: Num. 26:33 +, Joz. 17:3);
  2. oorspronkelijk Kanaänitische plaats in het westelijke gebied van Manasse, na Sichem-1 hoofdstad van het noordrijk Israël-4 (14x: Joz. 12:24, 1 Kon. 14:17 +, 2 Kon. 15:14 +, Hoogl. 6:4)
[ ? ]

  Tirtsa  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Tirsa [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-