Tobiahu, Tobia

afbreking: To·bi·a·hu, To·bia [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'goed is de Heer';  

  Leviet-2, een van degenen die het volk onderrichten in opdracht van koning Jehosafat-3 van Juda-4 (2 Kron. 17:8) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Toviahoe [ ? ]
spelling: 'Tobiahu' wordt in de meeste vertalingen 'Tobia'  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-