Tora

afbreking: To·ra [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'onderwijzing, leer';  

 
  1. de vijf boeken van Mozes, de eerste vijf boeken van de Bijbel; de Wet (chr. benaming);
  2. de overgeleverde leer als geheel, de joodse godsdienstige literatuur als geheel
[ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: Touro;
Jiddisj: Toire, Toure
[ ? ]
spelling: Groene Boekje 2005: Thora  
zie ook: chatan Tora, Degel Hatora, devar Tora, Jesode Hatora Beth-Jacob, keter Tora, kriat Hatora, matan Tora, Misjnee Tora, sefer Tora, Sefer Tora, Simchat Tora, talmoed Tora  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-