treife

afbreking: trei·fe [ ? ]
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. ritueel niet-geoorloofd;
  2. ongunstig, verdacht
[ ? ]

verwant: Hebreeuws: trefa;
Hebreeuws-Surinaams: treef
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-