Tresar

afbreking: Tre·sar [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'twaalf';  

  de twaalf 'kleine' Profeten in het Bijbeldeel Neviiem (Profeten), bestaande uit Bijbelboeken Hosjea (Hosea) t/m Malachi (Maleachi) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-