Tselofchad

afbreking: Tse·lof·chad [ ? ]
  [uitspraak: Tsəlofchad] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  afstammeling van Manasse, zoon van Chefer, vader van alleen vijf dochters: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa-1; zij vragen Mozes-1 om erfrecht (11x: Num. 26:33 +, Joz. 17:3, 1 Kron. 7:15, 7:15) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Selofchad [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-