Tsidkiahoe

afbreking: Tsid·ki·a·hoe [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'mijn gerechtigheid is de Heer';  

 
  1. zoon van Kenaäna, valse profeet in de tijd van koning Achab-1 van Israël-4; andere naam: Sidkia-1 (1 Kon. 22:24, 2 Kron. 18:10, 18:23);
  2. zoon van Josia en Chamutal, tot koning van Juda-4 aangesteld door Nebukadnessar; tot hem zijn woorden gericht van de profeet Jeremia-1; andere naam: Sidkia-2, eerdere naam: Mattanja (50x: 2 Kon. 24:17 +, Jer. 1:3 +, 1 Kron. 3:15, 2 Kron. 36:10 +);
  3. zoon van Maäseja-2, valse profeet in de tijd van Jeremia-1 (Jer. 29:21, 29:22);
  4. zoon van Chananjahu-1, functionaris bij koning Jojakim van Juda-4 (Jer. 36:12)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Sidkiahu, Sidkia [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-