Tsipora

afbreking: Tsi·po·ra [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: verband met 'vogel';  

  dochter van de Midjanitische priester Jetro-1, vrouw van Mozes-1, moeder van Gersom-1 en Eliëzer-2 (Ex. 2:21, 4:25, 18:2) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Sippora [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-