Tsom Gedalja

afbreking: Tsom Ge·dal·ja [ ? ]
  [uitspraak: Ğədalja] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  vastendag voor Gedalja op 3 tisjri, ter herdenking van de moord op Gedalja (zie 2 Kon. 25:22-25 en Jer. 40-41) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-