Wezot Habracha

afbreking: We·zot Ha·bra·cha [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'en dit is de zegen';  

  beginwoorden, tevens naam van de perikoop Devariem 33:1-34:12 [ ? ]

zie ook: bracha  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-