Zaviem

afbreking: Za·viem [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'vloeienden';  

  traktaat in het Misjnadeel Tohorot, over (rituele) onreinheid bij mannen als gevolg van een vloeiing (Lev. 15:2-18) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-