ziev

afbreking: ziev [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: '(gelaats)kleur, bloei';  

  tweede maand van het jaar, in april-mei; oude benaming, later: iar (1 Kon. 6:1, 6:37) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): ziw [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-