zikaron

afbreking: zi·ka·ron [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: zi·chro·not
[uitspraak: ziechronot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  herinnering, herdenking [ ? ]

zie ook: Jom Hazikaron  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-